| Bijzondere verrichtingen |
|
|
|
|
Tijdens het praktijk examen is het de bedoeling dat bepaalde bijzondere verrichtingen moet kunnen met de auto. Hieronder hebben we de bijzondere verrichtingen opgenomen zoals je deze moet kunnen tijdens het praktijk examen. Wanneer je vrijstelling tijdens de tussentijdse toets hebt verdiend, hoef je geen bijzondere verrichtingen tijdens het examen te doen. Er bestaan meerder bijzondere verrichtingen, welke je allemaal met goed gevolg moet kunnen uitvoeren. Op het praktijk examen krijg je er twee. Het belangrijkste tijdens de bijzondere verrichtingen is met name de veiligheid! Kijk goed om je heen en houd de omgeving in de gaten. De hellingproef Het is de bedoeling dat je vanuit stilstand op een helling kunt optrekken, zonder dat je achteruit rijdt. Bochtje achteruit Je staat recht langs een stoep, bij een bocht, en rijdt dan achteruit de bocht om, waarbij je dicht bij de stoep blijft, maar deze niet mag raken. Fileparkeren Je moet achter een andere stilstaande auto kunnen parkeren. Keren op de weg Je moet de auto kunnen omdraaien op de weg, zonder de stoep op te rijden. Achteruit inparkeren Je moet achteruit op een parkeerplaats kunnen parkeren. |
Bijzondere verrichtingen 

